Wachtwoord vergeten?

Explosievendeskundige

Leer alles over explosies, explosieven en detonatie ketens bij de DSI

Introductie – Module 1
Bekijk de video voordat je met de lessen begint
1

Wat is een explosie?

Fundamentale begrippen

Een explosie is het plotseling vrijkomen van een grote hoeveelheid energie op een geweldadige manier, meestal in de vorm van gas dat onder zeer hoge druk plotseling uitzet. Dit kan op verschillende manieren gebeuren: fysisch en chemisch.

Fysische explosie

Een fysische explosie treedt op wanneer een drukvat of reactievat bezwijkt. Bijvoorbeeld: een druktank met persgas die barst door overbelasting. De energie komt vrij als het gas onder hoge druk ontsnaat. Dit is niet door een chemische reactie, maar puur mechanisch.

Chemische explosie

Een chemische explosie ontstaat door een snelle chemische reactie waarbij gassen vrijkomen. Bij chemische explosies onderscheiden we twee typen:

Kernbegrip

Homogeen: De reactie vindt overal in de stof tegelijk plaats. Voorbeeld: Enschede, 2000 – vuurwerkmagazijn explodeerde, waarbij alle explosieven bijna gelijktijdig reageerden. Of in 2020, waarbij de opslag van ammoniumnitraat (kunstmest) in Beiroet, Libanon ontplofte. Hierbij detoneerde ca 2,8 ton ammoniumnitraat gelijktijdig.

Kernbegrip

Heterogeen: De reactie verplaatst zich als een golffront door de stof. De reactiesnelheid bepaalt of dit een deflagratie of detonatie is.

Deflagratie vs. Detonatie

Beide zijn heterogene reacties, maar met cruciale verschillen:

Eigenschap Deflagratie Detonatie
Snelheid 0–1.000 m/s (subsonisch) 1.000–8.000+ m/s (supersonisch)
Schokgolf Nee Ja, zeer intens
Effect Voortdrijvend, gassen Vernietigend, fragmentatie, gasdruk
Voorbeelden Buskruit, aanvuurlading, munitie Springstof, TNT, slagsnoer
Praktijkscenario
Casus: Instap drugslab

Je team krijgt informatie dat in een drugslab chemicaliën worden opgeslagen. Bij het benaderen van het pand hoor je een doffe knal en zie je rook. Je teamleider vraagt: "Was dat een explosie?" Met de kennis uit deze les kun je beoordelen of dit een fysische explosie was (een drukvat/reactievat dat bezwijkt) of een chemische explosie (een ongecontroleerde reactie van de aanwezige chemicaliën). Dit onderscheid is relevant voor het inschatten van vervolggevaar.

Vraag: Was dat waarschijnlijk een fysische of chemische explosie? Hoe beoordeel je dit?
DSI-instructeur | Les 1

Tussenvragen – Les 1

1. Wat is het verschil tussen een homogene en heterogene explosie?
Correct! Bij een homogene explosie reageert de stof overal tegelijk, bij een heterogene explosie verplaatst het reactiefront zich door de stof.
Helaas, dat klopt niet. Bij een homogene explosie reageert de stof overal tegelijk, bij een heterogene explosie verplaatst het reactiefront zich door de stof (denk aan deflagratie en detonatie).
2. Wat is het kenmerk van een detonatie?
Correct! Een detonatie kenmerkt zich door een supersonische schokgolf (>1000 m/s). Een deflagratie gaat juist langzamer dan het geluid.
Helaas, dat klopt niet. Een detonatie is een supersonische reactie (>1000 m/s). Dat is sneller dan het geluid — in tegenstelling tot een deflagratie die subsoon is.

Volgende les: Nu je weet wat een explosie is, leer je in Les 2 welke stoffen exploderen en hoe gevoelig die zijn.

2

Explosieve stoffen

Classificatie en gevoeligheid

Niet alle explosieve stoffen zijn hetzelfde. We onderscheiden drie hoofdcategorieën op basis van hun functie en gedrag.

Drie categorieën explosieve stoffen

  • Springstoffen (explosieve stoffen): Kunnen zelfstandig detoneren. Gebruikt voor explosief-breaching, (civiele-) springwerken, en in ontstekers.
  • Voortstuwende stoffen: Branden snel maar exploderen niet zelfstandig. Gebruikt in munitie of aanvuurladingen bij mortieren (kruit).
  • Pyrotechnische stoffen: Produceren licht, geluid, of rook. Gebruikt in signaalmiddelen, flares, en vuurwerk.

Springstoffen: Primair vs. Secundair

Bij de DSI werken we bijna uitsluitend met secondaire springstoffen, omdat primaire springstoffen veel te gevoelig en daardoor gevaarlijk zijn.

Kernbegrip

Primaire springstoffen: Zeer gevoelig voor mechanische schokken, wrijving, en warmte. Zelfontsteking op kleine impact. Voorbeelden van primaire springstoffen zijn: loodazide en loodstyfnaat. Deze worden gebruikt in ontstekers als inleidmiddel.

Kernbegrip

Secundaire springstoffen: Relatief stabiel. Alleen door een krachtige detonatiegolf ingeleid. Kunnen veilig vervoerd en behandeld worden. Bijvoorbeeld TNT, RDX (Hexogen), PETN (slagsnoer).

Gevoeligheid van explosieve stoffen

Gevoeligheid is de mate waarin een stof reageert op invloeden van buitenaf:

  • Gevoeligheid voor inleidmiddel: Hoe makkelijk reageert de stof op een kleine explosie (bijvoorbeeld een ontsteking in een ontsteker)?
  • Gevoeligheid voor mechanische invloeden: Hoe reageert de stof op schokken, val, wrijving, temperatuurwisseling?
Praktijkscenario
Casus: Voorbereiding op een woninginstap.

Je bereid je voor op een inzet waarbij een deur moet worden geopend met springstof. De verkenning en de technisch interventie medewerker melden dat de deur een verticale metalen balk heeft waar de sloten in zijn verwerkt. Je moet de juiste springstof selecteren. Omdat je weet dat secundaire springstoffen stabiel zijn en alleen door een detonatiegolf worden ingeleid, weet je dat je veilig kunt werken met slagsnoer (pentriet) zonder risico op onbedoelde detonatie door stoten of schokken tijdens transport.

Vraag: Waarom is het veilig om slagsnoer te transporteren naar de springplaats?
DSI-instructeur | Les 2

Tussenvragen – Les 2

1. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire springstof?
Correct! Primaire springstoffen zijn zeer gevoelig (reageren al bij kleine impact) en worden gebruikt in ontstekers. Secundaire springstoffen zijn stabiel en worden alleen door een detonatiegolf ingeleid.
Helaas, dat klopt niet. Primaire springstoffen zijn zeer gevoelig en reageren al bij kleine prikkels. Secundaire springstoffen zijn veel stabieler en moeten door een detonatiegolf worden ingeleid.
2. Welke drie categorieën explosieve stoffen onderscheiden we?
Correct! De drie categorieën zijn: springstoffen (high explosives), voortstuwende stoffen (low explosives) en pyrotechnische stoffen.
Helaas, dat klopt niet. De drie categorieën explosieve stoffen zijn: springstoffen (high explosives), voortstuwende stoffen (low explosives) en pyrotechnische stoffen.

Volgende les: Nu je weet welke stoffen exploderen, leer je in Les 3 wat de effecten van die explosies zijn.

3

Effecten van springstoffen

Detonatiesnelheid, brisantie, gasdruk

Als een springstof detoneert, ontstaan twee effecten: een lokale schokgolf (piekdruk) en een uitdijing van gassen (gasdrukwerking). Deze effecten bepalen hoe je een springstof inzet bij operaties.

Detonatiesnelheid

De detonatiesnelheid is de snelheid waarmee de schokgolf/ reactiefront door de springstof reist. Deze varieert sterk:

  • PETN (slagsnoer): ~ 6.000 m/s –7.200 m/s
  • TNT: ~6.900 m/s
  • RDX: ~8.000 m/s - 8.700 m/s

De detonatiesnelheid wordt beïnvloed door:

  • Soort springstof (chemische samenstelling)
  • Dichtheid van de springstof
  • Mate van opsluiting (hoe zwaar wordt het ingeperst)
  • Inleidmethode (Hoe sterk is de inleiding en waar wordt de springstof ingeleid?)

Brisantie: Direct en allesvernietigend effect

Brisantie is het allesvernietigende effect van de springstof. Het effect is het sterkst als de springstof in direct contact staat met het te vernietigen materiaal. Als je bijvoorbeeld 1 kg springstof tegen een metalen pilaar plaatst en deze detoneert, verdwijnt dat gedeelte waar de springstof in direct contact is geweest volledig. Dit effect reikt ongeveer 1/3 van de straal van de lading. De overige vervorming van de metalen pilaar komt niet door brisantie maar door de vrijgekomen gasdruk.

Vereenvoudigd kan je stellen; hoe hoger de detonatiesnelheid van de springstof, des te groter de brisante werking daarvan.

DSI-ladingen voor het openen van deuren maken nagenoeg geen gebruik van brisantie. Het effect dat wordt beoogd komt door gebruik te maken van vrijkomende piekdruk en gasdruk.

Praktijkregel

Brisantie gebruiken: Plaats de lading in direct contact met het doelwit (deur, muur, staal). Het effect is lokaal en zeer gericht. Dit is gevaarlijk voor personen eromheen.

Bij de DSI worden nagenoeg geen brisante ladingen gebruikt voor het openen van deuren.

Gasdrukwerking: Voortdrijving

Als een springstof detoneert, ontstaan er gassen die uitzetten.

De vuistregel: 1 kg springstof = ongeveer 1.000 liter gas onder hoge druk. Dit gas zoekt de weg van minste weerstand en kan materiaal opzijduwen en vernielen.

Praktijkregel

Gasdrukwerking gebruiken: Wanneer een lading gebruik maakt van gasdrukwerking op het doelwit spreken we over een BLAST-lading. Plaats de lading (eventueel in een ladingdrager) op de juiste plaats op het doelwit. Het effect van de vrijkomende gasdruk kan met ca 30% worden vergroot door de lading op te sluiten met gel, water of een ander niet-fragmenterend opsluitmiddel.

Overige effecten die we gebruiken naast 'Blast' zijn: Push, Cut en een combinatie van Push, Blast en Cut effecten. (Gasdruk=blast, duw=push en snij=cut -ladingen)
Praktijkscenario
Casus: Keuze ladingeffect

Je team moet een houten voordeur openen waarbij in de directe nabijheid achter de deur geen gijzelaar wordt vermoed.

De breacher moet kiezen: wil je de deur kapot breken (Blast, direct contact) of de deur openduwen met een Push-lading zonder grote fragmentatie?

In dit geval kies je voor push-werking om letselschade en inworp van materiaal te minimaliseren. (lading keuze is afhankelijk van de context en omstandigheden.)

De springstoflading (slagsnoer) wordt daarom niet in direct contact op de deur geplaatst maar met een ladingdrager met gel-opsluiting achter de springstof en een rubberstrip voor de springstof.

Vraag: Waarom kies je voor pushwerking en niet voor blastwerking?
DSI-instructeur | Les 3

Tussenvragen – Les 3

1. Wat is het verschil tussen brisantie en gasdrukwerking?
Correct! Brisantie is het directe vernietigende effect bij contact met de springstof (binnen ⅓ straal). Gasdrukwerking is het effect dat optreed door het snel expanderende gas, ook wel blast-werking genoemd.
Helaas, dat klopt niet. Brisantie is het directe vernietigende effect bij contact met de springstof. Gasdrukwerking is het effect van snel vrijkomend gas — het gas expandeert en duwt alles weg. Als breacher kies je bewust welk effect je wilt benutten.
2. Hoeveel gas ontstaat bij detonatie van 1 kg springstof?
Correct! 1 kg springstof produceert ongeveer 1.000 liter gas. Vergelijk het met 3 pakjes boter die plotseling 1.000 liter samengeperst gas worden.
Helaas, dat klopt niet. 1 kg springstof levert ongeveer 1.000 liter gas op. Een handige ezelsbruggetje: volume van 3 pakjes boter → 1.000 liter melk!
Welke effecten gebruiken we bij het maken van een lading?
Juist! Effecten van springstoffen die de DSI gebruikt bij de keuze van ladingen zijn: snijden, duwen en gasdruk. (cut - push - blast of een combinatie daarvan) Hierbij opgemerkt dat de gasdruk bij een push-lading een materiaal wegduwt tegen het doelwit. Dit kan rubber, gel of water zijn.
Helaas, dit klopt niet. Effecten van springstoffen die de DSI gebruikt bij de keuze van ladingen zijn: snijden, duwen en gasdruk. (cut, blast & push of een combinatie daarvan) Hierbij opgemerkt dat de gasdruk bij een duwlading een materiaal wegduwt tegen het doelwit. Dit kan rubber, gel of water zijn. Blast ladingen maken gebruik van de gasdruk die vrijkomt. Cut ladingen zijn snijladingen. Deze ladingen zijn, merendeels, fabrieksmatig gevormd. De DSI gebruikt nagenoeg geen snijladingen voor het openen van deuren.

Volgende les: Nu je weet wat effecten ontstaan, leer je in Les 4 hoe je die effecten start met een ontsteker.

4

Ontstekers

Elektrisch, NONEL, SOBBE

Inleiden is het plaatselijk veroorzaken van een reactie zodat de springstof vervolgens kan detoneren zonder verdere invloeden van buitenaf. Dit gebeurt met ontstekers. Er zijn verschillende typen, bij de DSI gebruiken we bijna uitsluitend niet-elektrische ontstekers.

Elektrische ontstekers: Waarom NIET bij de DSI?

Een elektrische ontsteker werkt als volgt: elektrische stroom → gloeipil → slagsas (geeft vonk/ hitte)→ eventueel vertraagsas (milliseconden vertraging)→ primaire springstof detoneert → secondaire springstof (bodemlading) detoneert.

Het probleem: zwerfstromen. In stedelijke omgevingen, nabij hoogspanningskabels en radiozenders, kunnen elektromagnetische velden en zwerfstromen in de electra ontstaan.

Ook kan statische elektriciteit de elektrische ontsteker beïnvloeden.

Dit kan leiden tot ongewilde activering van de gloeipil, dus:

  • Ongecontroleerde detonatie
  • Verlies van controle over timing
  • Gevaar voor het team

Daarom: GEEN elektrische ontstekers bij de DSI.

NONEL (Non-Electric) systeem

NONEL staat voor "Non-Electric". Dit is een holle plastic slang (shock-tube) gevuld met opgedampt Hexogeen, (ongeveer 0,02 gram per meter).

Het werkingsprincipe:

  • Shock-tube bevat opgedampt Hexogeen
  • Een mechanische inslag op het slaghoedje van de afvuurgreep start een schokgolf in de shock-tube
  • Deze schokgolf raast met hoge snelheid door de shock-tube naar de ontsteker
  • Bij de ontsteker ontsteekt de slagsas, wat de bodemlading aanzet

Voordeel: Geen elektriciteit, dus geen risico van zwerfstromen, statische elektriciteit etc. Nadeel: Je kan deze ontstekers niet doormeten.(de nonel-ontstekers zijn zeer betrouwbaar.)

SOBBE Single Hand Igniter

De SOBBE is een compleet ontsteeksysteem bestaande uit: een afvuurgreep, shocktube en een ontsteker (het slagpijpje). Het systeem heeft twee veiligheden:

  1. Schroefdop bovenop: Voorkomt onbedoelde inslag en beschermt de 'tuimelaar'
  2. Veiligheidspin: Voorkomt dat je de tuimelaar ongewild bedient en borgt de slagpin

Gebruik van SOBBE:

  1. 1: Draai de schroefdop eraf (veiligheid 1)
  2. 2: Trek de veiligheidspin eruit (veiligheid 2)
  3. 3: Kantel de tuimelaar (hierop volgt: de inslag van de slagpin op het slaghoedje, gevolgd door de schokgolf in de shock-tube)

    4: Directe detonatie van de ontsteker

Praktijkscenario
Casus: Zwerfstromen op locatie

Je team arriveert op een industrielocatie waar hoogspanningsmasten in de buurt staan. De EODD-specialist waarschuwt voor mogelijke elektromagnetische interferentie. Omdat je weet dat elektrische ontstekers gevoelig zijn voor zwerfstromen, kies je voor het SOBBE ontsteeksysteem. Je controleert vooraf de twee veiligheden (schroefdop en veiligheidspin) en bereidt de shock-tube voor om te gebruiken bij de inzet.

Vraag: Welke twee veiligheden controleer je voordat je het SOBBE-systeem gereedmaakt?
DSI-instructeur | Les 4

Tussenvragen – Les 4

1. Waarom gebruiken we GEEN elektrische ontstekers bij de DSI?
Correct! Elektrische ontstekers zijn gevoelig voor zwerfstromen en elektromagnetische velden. In DSI-operaties zijn er veel elektronische apparaten in de buurt — dat maakt elektrische ontstekers onveilig.
Helaas, dat klopt niet. De DSI gebruikt geen elektrische ontstekers vanwege het gevaar van zwerfstromen en elektromagnetische interferentie. Bij operaties zijn er veel storingsbronnen aanwezig die een onbedoelde ontsteking of weigering kunnen veroorzaken.
2. Wat bevat een NONEL shock-tube?
Correct! De NONEL shock-tube bevat een kleine hoeveelheid Hexogeen (circa 0,02 gram per meter). Dit is voldoende om een schokgolf door de holle plastic slang te geleiden naar de ontsteker.
Helaas, dat klopt niet. Een NONEL shock-tube bevat Hexogeen (circa 0,02 g/m) — een zeer kleine hoeveelheid explosief materiaal dat de schokgolf door holle slang geleidt. Er zitten géén elektrische draden in.
Wat zijn de functies van de veiligheden van het niet elektrisch afvuursysteem dat bij de DSI in gebruik is?
Juist, goed gedaan! De tuimelaar is het mechanisme dat -eventueel met een hand- kan worden bedient en daarmee de slagpin tegen het slaghoedje laat komen. De tuimelaar wordt afgedekt door een schroefdop. (1e veiligheid) De slagpin zorgt daadwerkelijk voor de indrukking van het slaghoedje. Hierdoor wordt de detonatieketen verder geactiveerd. De slagpin wordt beveiligd door de veiligheidspin. (2e veiligheid)
Helaas! Dit is niet juist. De tuimelaar is het mechanisme dat -eventueel met 1 hand- kan worden bedient en daarmee de slagpin tegen het slaghoedje laat komen. De tuimelaar wordt afgedekt door een schroefdop. (Dit is de 1e veiligheid) De slagpin zorgt daadwerkelijk voor de indrukking van het slaghoedje. Hierdoor wordt de detonatieketen verder geactiveerd. De slagpin wordt beveiligd door de veiligheidspin. (2e veiligheid)

Volgende les: Nu je weet HOE je ontsteekt, leer je in Les 5 WAARMEE je ontsteekt (middelen bij de DSI).

5

Middelen bij de DSI

Slagsnoer en ladingdragers

De DSI gebruikt voor het maken van springstofladingen twee dingen: slagsnoer als energiebron (de springstof) en ladingdragers om die energie gericht in te zetten op een doelwit.

Slagsnoer (PETN-koord)

Slagsnoer is ons standaard springstofmiddel voor bijna elke explosieven-inzet.

  • Samenstelling: Katoenen koord met kunststofmantel, gevuld met pentriet (PETN)
  • Detonatiesnelheid: ca ~7.200 m/s
  • Gebruikelijke vulsterkten: 5, 10, 12, 20 of 40 gram per meter.
  • Voordeel: Stabiel, makkelijk te hanteren, betrouwbaar

Veiligheidsregels slagsnoer

  • Slagsnoer droog en schoon opslaan.
  • Transport naar springplaats: in veilige verpakking (breach-tas) ALTIJD gescheiden van ontstekers!
  • Voorkom dat slagsnoer geknikt, verstrengeld of overlappend gebruikt wordt (risico op detonatie afslag)
  • Slagsnoer wordt met een slagsnoertang geknipt/ ingekort en afgetaped met elastisch isolatietape.
  • Controleer slagsnoer VOOR gebruik op zichtbare schade, knikken, aanwezigheid van vocht.

    Voorkom dat er pentriet uit het slagsnoer lekt (door netjes af te tapen).

    Zorg voor voldoende overlap bij slagsnoer verbindingen. (minimaal 10cm overlap bij gebruik van tape of gebruik een ankersteek.)

Ladingdragers bij de DSI

Een ladingdrager bepaalt hoe het slagsnoer (en dus de energie) wordt ingezet en toegepast. Verschillende dragers voor verschillende situaties:

Type Materiaal Toepassing Voordeel
PU-systeem Polyurethaan met watervulling Blast lading op deuren (bekend formaat) Betrouwbaar, maximale opsluiting, hoge piekdruk
PU-box Polyurethaan doos met watervulling metalen of stenen doelwitten Stevig daardoor grote piekdruk
Genius Karton met interne waterzak Diverse deuren, Push of blast werking Minimale fragmentatie, goed aanpasbaar op lengte
Speed-box Kartonnen doos met waterzak Blast of push werking, deuren Minimale fragmentatie, meerdere toepassingen
Firehose Flexibel brandweerslang Onbekende maatvoering van deuren/ onregelmatige oppervlakten Aanpasbaar aan elk formaat
UTK Karton gevuld met rubber en gel Lineaire ladingen op deuren. Push of Blast mogelijkheid Makkelijk op maat te maken. Lekt geen water. Meerdere inzet mogelijkheden. Snel te maken
ETM Energy Transfering Material. Rubber/gel Push en Blast ladingen Goede opsluitende en push eigenschappen, geen fragmentatie
Praktijkscenario
Casus: Spoedbreaching metalen deur

Tijdens een acute gijzelingssituatie moet een stevige houten deur worden geopend. De exacte afmetingen zijn bekend (standaard 90x210cm). Je hebt weinig tijd. Je kiest het PU-systeem: betrouwbaar, snel te plaatsen, maximale opsluiting door water, en de stevigheid zorgt voor hoge piekdruk op de deur. Had de deur een onbekende maat gehad, dan had je het Firehose-systeem overwogen.

Vraag: Waarom is het PU-systeem hier de beste keuze?
DSI-instructeur | Les 5

Tussenvragen – Les 5

1. Wat zijn de standaard sterktes van DSI slagsnoer?
Correct! Het slagsnoer bij de DSI heeft een vulsterkte van 5, 10, 12, 20 en 40 gram PETN per meter.
Helaas, dat klopt niet. Het slagsnoer bij de DSI heeft een vulsterkte van 5, 10, 12, 20 en 40 gram PETN per meter.
2. Voor welk soort deur kies je het Firehose-systeem?
Correct! Het Firehose-systeem (gemaakt van brandweerslang) is bij uitstek geschikt voor deuren waarbij afmetingen niet exact kunnen worden vastgesteld. Het is flexibel in maat en levert een push-effect.
Helaas, dat klopt niet. Het Firehose-systeem (gemaakt van brandweerslang) is bij uitstek geschikt voor deuren waarbij afmetingen niet exact kunnen worden vastgesteld. Het is flexibel in maat en levert een push-effect.

Volgende les: Nu je alle onderdelen kent, leer je in Les 6 hoe je ze samenvoegt in een volledige detonatieketen.

6

De detonatieketen

Van ontsteking tot effect

De detonatieketen is de volledige route van ontsteking tot effect. Elke schakel is essentieel. Als één schakel faalt, werkt het hele systeem niet.

De schakels van de detonatieketen

  1. Afzetsysteem (SOBBE): Je bedient de tuimelaar → inslag in slaghoedje en activering van de shock-tube
  2. Shock-tube: De schokgolf raast van het de afvuurgreep naar de ontsteker (opgedampte Hexogeen verbranding)
  3. Ontsteker: De vonk uit de shock-tube zet het slagsas van het slagpijpje in ontsteking → dit is de eerste trap van de inleiding
  4. Primaire springstof: Slagsas in de ontsteker reageert en activeert de primaire springstof in de ontsteker. → vlammen/druk ontstaat
  5. Secundaire springstof: De schokgolf van de primaire springstof laat de secundaire springstof detoneren. (dit is de bodemlading van de ontsteker)

  6. Lading detonatie: De bodemlading van de ontsteker detoneert de hoofdlading. (slagsnoer/ kneed/ sheet etc) → volledig vrijkomen van energie
Kritiek principe

Elke schakel moet perfect werken. Falen van een schakel betekent: geen inleiding, geen energie, geen effect. Controleer daarom ALTIJD:

  • Afzetsysteem: Geen mankementen of beschadigingen? Veiligheden in juiste volgorde verwijderd?
  • Shock-tube: Geen beschadigingen, geen knikken, loopt de tube vrij?
  • Ontsteker: Op de juiste wijze aan het slagsnoer/ lading vastgemaakt?
  • Slagsnoer: Geen knikken of onnodige twist in het slagsnoer, is het voldoende overlapt, is er een juiste bevestiging naar de ladingdrager?
  • Ladingdrager: Goed op doelwit geplaatst?
Praktijkscenario
Casus: Complete inzetvoorbereiding

Je bent aangewezen als breacher bij een geplande instap. Je controleert de detonatieketen: SOBBE controle → shock-tube is goed bevestigd en heeft geen knikken of beschadigingen → verbinding met ontsteker is goed → ontsteker is goed te verbinden met het slagsnoer → slagsnoer in PU-ladingdrager → ladingdrager plaatsen op deur. Je controleert elke schakel. Bij de briefing leg je aan je teamleider uit dat als één schakel faalt, de hele keten niet werkt.

Vraag: Wat is het risico als je de ontsteker niet goed op het slagsnoer bevestigd?
DSI-instructeur | Les 6

Tussenvragen – Les 6

1. Wat verstaan we onder een detonatieketen?
Correct! De detonatieketen is de volledige route van de ontsteking (afvuurgreep) tot en met de hoofdlading (die middels de ontsteker wordt gedetoneerd).
Helaas, dat klopt niet. Bekijk les 6 nogmaals voor herhaling van de uitleg. De detonatieketen is de volledige route van de ontsteking (afvuurgreep) tot en met de hoofdlading (die middels de ontsteker wordt gedetoneerd).
2. Wat gebeurt er als één schakel in de detonatieketen faalt?
Correct! Elke schakel in de detonatieketen is essentieel. Als één schakel faalt, stopt het hele proces en vindt er geen detonatie plaats. Daarom is zorgvuldige voorbereiding cruciaal.
Helaas, dat klopt niet. Er is géén redundantie in de detonatieketen. Elke schakel is essentieel — als er één faalt, stopt het hele proces. Dat maakt controle vóór inzet zo belangrijk.

Klaar voor het volgende? Nu je alle lessen hebt gevolgd, kun je jezelf testen met de kennistoets hieronder. Veel succes!

Kennistoets

Test je kennis over alle 6 lessen. Vul alle vragen in en submit je antwoorden.
1. Wat is het verschil tussen een deflagratie en detonatie?
2. Wat is het voornaamste voordeel van secundaire springstoffen?
3. Wat is brisantie?
4. Hoeveel liter gas ontstaat er (globaal) bij detonatie van 1 kg springstof?
5. Waarom gebruiken we GEEN elektrische ontstekers bij de DSI?
6. Wat bevat een NONEL shock-tube?
7. Wat is de detonatiesnelheid van slagsnoer (PETN)?
8. Voor welk soort deur is het PU-systeem geschikt?
9. Hoeveel (vereenvoudigde) fasen bevat de detonatieketen?
10. Wat gebeurt er als één schakel in de detonatieketen faalt?