Explosievendeskundige

Leer alles over explosies, explosieven en detonatie ketens bij de DSI

Introductie – Module 1
Bekijk de video voordat je met de lessen begint
1

Wat is een explosie?

Fundamentale begrippen

Een explosie is het plotseling vrijkomen van een grote hoeveelheid energie, meestal in de vorm van gas onder zeer hoge druk dat plotseling uitzet. Dit kan op twee verschillende manieren gebeuren: fysisch en chemisch.

Fysische explosie

Een fysische explosie treedt op wanneer een drukvat of reactievat bezwijkt. Bijvoorbeeld: een druktank met persgas die barst door overbelasting. De energie komt vrij als het gas onder hoge druk ontsnaat. Dit is niet door een chemische reactie, maar puur mechanisch.

Chemische explosie

Een chemische explosie ontstaat door een snelle chemische reactie waarbij gassen vrijkomen. Bij chemische explosies onderscheiden we twee typen:

Kernbegrip

Homogeen: De reactie vindt overal in de stof tegelijk plaats. Voorbeeld: Enschede, 2000 – vuurwerkmagazijn explodeerde, waarbij alle explosieven bijna gelijktijdig reageerden.

Kernbegrip

Heterogeen: De reactie verplaatst zich als een golffront door de stof. De reactiesnelheid bepaalt of dit een deflagratie of detonatie is.

Deflagratie vs. Detonatie

Beide zijn heterogene reacties, maar met cruciale verschillen:

Eigenschap Deflagratie Detonatie
Snelheid 0–1.000 m/s (subsonisch) 1.000–8.000+ m/s (supersonisch)
Schokgolf Nee Ja, zeer intens
Effect Voortdrijvend, brand Vernietigend, fragmentatie
Voorbeelden Buskruit brandt, kanonne Dynamiet, TNT, slagsnoer
Scenario uit het veld
Situatie: Inval drugslab

Je team krijgt informatie dat in een drugslab chemicaliën worden opgeslagen. Bij het benaderen van het pand hoor je een doffe knal en zie je rook. Je teamleider vraagt: "Was dat een explosie?"

Met de kennis uit deze les kun je beoordelen of dit een fysische explosie was (een drukvat/reactievat dat bezwijkt) of een chemische explosie (een ongecontroleerde reactie van de aanwezige chemicaliën). Dit onderscheid is cruciaal voor het inschatten van vervolggevaar.

Vraag: Was dat waarschijnlijk een fysische of chemische explosie? Hoe beoordeel je dit?
DSI-instructeur | Les 1

Tussenvragen – Les 1

1. Wat is het verschil tussen een homogene en heterogene explosie?
Correct! Bij een homogene explosie reageert de stof overal tegelijk, bij een heterogene explosie verplaatst het reactiefront zich door de stof.
Helaas, dat klopt niet. Bij een homogene explosie reageert de stof overal tegelijk, bij een heterogene explosie verplaatst het reactiefront zich door de stof (denk aan deflagratie en detonatie).
2. Wat is het kenmerk van een detonatie?
Correct! Een detonatie kenmerkt zich door een supersonische schokgolf (>1000 m/s). Een deflagratie gaat juist langzamer dan het geluid.
Helaas, dat klopt niet. Een detonatie is een supersonische reactie (>1000 m/s). Dat is sneller dan het geluid — in tegenstelling tot een deflagratie die subsoon is.

Volgende les: Nu je weet wat een explosie is, leer je in Les 2 welke stoffen exploderen en hoe gevoelig die zijn.

2

Explosieve stoffen

Classificatie en gevoeligheid

Niet alle explosieve stoffen zijn hetzelfde. We onderscheiden drie hoofdcategorieën op basis van hun functie en gedrag.

Drie categorieën explosieve stoffen

  • Springstoffen (explosieve stoffen): Kunnen zelfstandig detoneren. Gebruikt voor breaching, sprengwerk, en in ontstekers.
  • Voortstuwende stoffen: Branden snel maar exploderen niet zelfstandig. Gebruikt in munitie en raketmotoren (buskruit).
  • Pyrotechnische stoffen: Produceren licht, geluid, of rook. Gebruikt in signaalmiddelen, flares, en vuurwerk.

Springstoffen: Primair vs. Secundair

Bij de DSI werken we bijna uitsluitend met secondaire springstoffen, omdat primaire springstoffen veel te gevaarlijk zijn in het veld.

Kernbegrip

Primaire springstoffen: Zeer gevoelig voor mechanische schokken, wrijving, en warmte. Zelfontsteking op kleine provokatie. Bijvoorbeeld mercuryfulmaat en tetrazenium. Deze worden ALLEEN gebruikt in ontstekers als inleidmiddel.

Kernbegrip

Secundaire springstoffen: Relatief stabiel. Alleen door een krachtige detonatiegolf ingeleid. Kunnen veilig vervoerd en gehandeld worden. Bijvoorbeeld TNT, RDX (Hexogen), PETN (slagsnoer).

Gevoeligheid van explosieve stoffen

Gevoeligheid is de mate waarin een stof reageert op prikkels:

  • Gevoeligheid voor inleidmiddel: Hoe makkelijk reageert de stof op een kleine explosie (bijvoorbeeld een ontsteking in een ontsteker)?
  • Gevoeligheid voor mechanische invloeden: Hoe reageert de stof op schokken, val, wrijving, temperatuurwisseling?
Scenario uit het veld
Situatie: Voorbereiding op een TOD (Technisch Openingsdevice)

Je bereidt je voor op een inzet waarbij een versterkte deur moet worden geopend. De inlichtingendienst meldt dat de deur een stalen kern heeft. Je moet de juiste springstof selecteren.

Omdat je weet dat secundaire springstoffen stabiel zijn en alleen door een detonatiegolf worden ingeleid, weet je dat je veilig kunt werken met slagsnoer (pentriet) zonder risico op onbedoelde detonatie door stoten of schokken tijdens transport.

Vraag: Waarom is het veilig om slagsnoer te transporteren naar de springplaats?
DSI-instructeur | Les 2

Tussenvragen – Les 2

1. Wat is het verschil tussen een primaire en secundaire springstof?
Correct! Primaire springstoffen zijn zeer gevoelig (reageren al bij kleine prikkel) en worden gebruikt in ontstekers. Secundaire springstoffen zijn stabiel en worden alleen door een detonatiegolf ingeleid.
Helaas, dat klopt niet. Primaire springstoffen zijn zeer gevoelig en reageren al bij kleine prikkels. Secundaire springstoffen zijn veel stabieler en moeten door een detonatiegolf worden ingeleid.
2. Welke drie categorieën explosieve stoffen onderscheiden we?
Correct! De drie categorieën zijn: springstoffen (high explosives), voortstuwende stoffen (low explosives) en pyrotechnische stoffen.
Helaas, dat klopt niet. De drie categorieën explosieve stoffen zijn: springstoffen (high explosives), voortstuwende stoffen (low explosives) en pyrotechnische stoffen.

Volgende les: Nu je weet welke stoffen exploderen, leer je in Les 3 wat de effecten van die explodering zijn.

3

Effecten van springstoffen

Detonatiesnelheid, brisantie, gasdruk

Als een springstof detoneert, ontstaan twee effecten: een lokale schokgolf (brisantie) en een uitdijing van gassen (gasdrukwerking). Deze effecten bepalen hoe je een springstof inzet bij operaties.

Detonatiesnelheid

De detonatiesnelheid is de snelheid waarmee de schokgolf door de springstof reist. Deze varieert sterk:

  • PETN (slagsnoer): ~5.600–6.500 m/s
  • TNT: ~6.900 m/s
  • RDX: ~8.000+ m/s

De detonatiesnelheid wordt beïnvloed door:

  • Soort springstof (chemische samenstelling)
  • Dichtheid van de verpakking
  • Mate van opsluiting (hoe zwaar wordt het ingeperst)
  • Inleidmethode (hoe sterk is de inleider?)

Brisantie: Direct en allesvernietigend effect

Brisantie is het lokale vernietigensvermogen van de schokgolf. Het effect is het sterkst waar de springstof in direct contact staat met het doelwit. Als je 1 kg springstof tegen een deur legt en die detoneert, verdwijnt dat deurgedeelte. Dit effect reikt ongeveer 1/3 van de straal van de lading.

Praktijkregel

Brisantie gebruiken: Plaats de lading in direct contact met het doelwit (deur, raam, lock). Het effect is lokaal en zeer gericht. Dit is gevaarlijk voor doelwitten eromheen.

Gasdrukwerking: Voortdrijving

Als een springstof detoneert, ontstaan ook gassen die uitzetten. De vuistregel: 1 kg springstof = ongeveer 1.000 liter gas onder hoge druk. Dit gas zoekt de weg van minste weerstand en kan doelwitten opzijduwen.

Praktijkregel

Gasdrukwerking gebruiken: Plaats de lading NIET in direct contact met het doelwit, maar met een tussenmedium (water, touw, houder) dat de gasdruk verdeelt. Dit duwt de deur open zonder grove fragmentatie. Dit is veiliger voor objecten en personen eromheen.

Scenario uit het veld
Situatie: Keuze ladingeffect

Je team moet een houten voordeur openen waarbij direct achter de deur een gijzelaar wordt vermoed. De breacher moet kiezen: wil je de deur volledig vernietigen (brisantie, direct contact) of de deur openduwen zonder grote fragmentatie (gasdrukwerking)?

In dit geval kies je voor gasdrukwerking om letselschade aan de gijzelaar te minimaliseren. De lading wordt daarom niet direct op de deur geplaatst maar met een ladingdrager met wateropsluiting.

Vraag: Waarom kies je voor gasdrukwerking en niet voor brisantie?
DSI-instructeur | Les 3

Tussenvragen – Les 3

1. Wat is het verschil tussen brisantie en gasdrukwerking?
Correct! Brisantie is het directe vernietigende effect bij contact met de springstof (binnen ⅓ straal). Gasdrukwerking is het effect op afstand door het expanderende gas.
Helaas, dat klopt niet. Brisantie is het directe vernietigende effect bij contact met de springstof. Gasdrukwerking is het effect op afstand — het gas expandeert en duwt alles weg. Als breacher kies je bewust welk effect je wilt benutten.
2. Hoeveel gas ontstaat bij detonatie van 1 kg springstof?
Correct! 1 kg springstof produceert ongeveer 1.000 liter gas. Vergelijk het met 3 pakjes boter die plotseling 1.000 liter samengeperst gas worden.
Helaas, dat klopt niet. 1 kg springstof levert ongeveer 1.000 liter gas op. Een handige ezelsbruggetje: 3 pakjes boter → 1.000 liter gas!

Volgende les: Nu je weet wat effecten ontstaan, leer je in Les 4 hoe je die effecten start met een ontsteker.

4

Ontstekers

Elektrisch, NONEL, SOBBE

Inleiden is het plaatselijk veroorzaken van een reactie zodat de springstof zichzelf vervolgens voortdrijft. Dit gebeurt met ontstekers. Er zijn verschillende typen, maar bij de DSI gebruiken we bijna uitsluitend niet-elektrische ontstekers.

Elektrische ontstekers: Waarom NIET bij de DSI?

Een elektrische ontsteker werkt als volgt: elektrische stroom → gloeipil → slagsas (primaire springstof) → vlammen → secondaire springstof (bodemlading) detoneert.

Het probleem: zwerfstromen. In stedelijke omgevingen, nabij hoogspanningskabels en radiozenders, kunnen elektromagnetische velden en zwerfstromen in de electra ontstaan. Dit kan leiden tot ongewilde ontsteking van de gloeipil, dus:

  • Ongecontroleerde detonatie
  • Verlies van controle over timing
  • Gevaar voor het team

Daarom: GEEN elektrische ontstekers bij de DSI.

NONEL (Non-Electric) systeem

NONEL staat voor "Non-Electric". Dit zijn plastic buisjes (shock-tubes) gevuld met zeer gevoelig materiaal (Hexogeen, ongeveer 0,02 gram per meter). De werkingsprincipe:

  • Shock-tube bevat fijne Hexogeen-korrels
  • Een mechanische inslag (met SOBBE) start een schokgolf in de tube
  • Deze schokgolf raast door de tube naar de ontsteker
  • Bij de ontsteker ontsteekt de slagsas, wat de bodemlading aanzet

Voordeel: Geen elektriciteit, dus geen risk van zwerfstromen. Nadeel: Je hebt een SOBBE nodig om de schokgolf in gang te zetten.

SOBBE Single Hand Igniter

De SOBBE is een handmatig ontstekingsmiddel. Het systeem heeft twee veiligheden:

  1. Schroefdop bovenop: Voorkomt onbedoelde inslag
  2. Veiligheidspin (cotter pin): Voorkomt dat je per ongeluk de trekker intrekt

Gebruik van SOBBE (4 stappen):

  1. Draai de schroefdop eraf (veiligheid 1)
  2. Trek de veiligheidspin eruit (veiligheid 2)
  3. Plaats de SOBBE op de shock-tube (klik hoorbaar)
  4. Trek de trekker (inslag naar beneden, schokgolf door tube)
Scenario uit het veld
Situatie: Zwerfstromen op locatie

Je team arriveert op een industrielocatie waar hoogspanningsmasten in de buurt staan. De EOD-specialist waarschuwt voor mogelijke elektromagnetische interferentie. Omdat je weet dat elektrische ontstekers gevoelig zijn voor zwerfstromen, kies je voor het SOBBE niet-elektrische ontsteeksysteem.

Je controleert de twee veiligheden (schroefdop en veiligheidspin) en bereidt de shock-tube voor.

Vraag: Welke twee veiligheden controleer je voordat je het SOBBE-systeem klaarmaakt?
DSI-instructeur | Les 4

Tussenvragen – Les 4

1. Waarom gebruiken we GEEN elektrische ontstekers bij de DSI?
Correct! Elektrische ontstekers zijn gevoelig voor zwerfstromen en elektromagnetische velden. In DSI-operaties zijn er veel elektronische apparaten in de buurt — dat maakt elektrische ontstekers onveilig.
Helaas, dat klopt niet. De DSI gebruikt geen elektrische ontstekers vanwege het gevaar van zwerfstromen en elektromagnetische interferentie. Bij operaties zijn er veel elektronische apparaten aanwezig die een onbedoelde ontsteking kunnen veroorzaken.
2. Wat bevat een NONEL shock-tube?
Correct! De NONEL shock-tube bevat een kleine hoeveelheid Hexogeen (circa 0,02 gram per meter). Dit is voldoende om een schokgolf door de buis te geleiden naar de ontsteker.
Helaas, dat klopt niet. Een NONEL shock-tube bevat Hexogeen (circa 0,02 g/m) — een zeer kleine hoeveelheid explosief materiaal dat de schokgolf door de buis geleidt. Er zitten géén elektrische draden in.

Volgende les: Nu je weet HOE je ontsteekt, leer je in Les 5 WAARMEE je ontsteekt (middelen bij de DSI).

5

Middelen bij de DSI

Slagsnoer en ladingdragers

De DSI gebruikt standaard twee dingen: slagsnoer als energiebron en ladingdragers om die energie gericht in te zetten op een doelwit.

Slagsnoer (PETN-koord)

Slagsnoer is ons standaardmiddel voor bijna elke breaching-inzet.

  • Samenstelling: Katoenen koord met kunststofmantel, gevuld met pentriet (PETN)
  • Detonatiesnelheid: ~6.500 m/s
  • Gebruikelijke vulsterkten: 5–40 gram per meter, DSI standaard 11,4 g/m
  • Voordeel: Stabiel, makkelijk te hanteren, betrouwbaar

Veiligheidsregels slagsnoer

  • Slagsnoer wordt in gesloten containers opgeslagen
  • Transport naar springplaats: in veilige tassen
  • Slagsnoer mag NIET geknoopt of verstrengeleld worden (risico op inleidmechanisme)
  • Slagsnoer wordt altijd in zijn geheel gebruikt (geen resten voor latere inzet)
  • Controleer slagsnoer op zichtbare schade voor gebruik

Ladingdragers bij de DSI

Een ladingdrager determineert hoe het slagsnoer (en dus de energie) wordt ingezet. Verschillende dragers voor verschillende situaties:

Type Materiaal Toepassing Voordeel
PU-systeem Polyurethaan met wateropsluiting Standaard metalen deuren (bekend formaat) Betrouwbaar, maximale opsluiting, hoge piekdruk
PU-box Polyurethaan kubus Ronde doelwitten, locks, scharnieren Flexibel, aanpasbaar
Genius Kunststof met interne structuur Houten deuren, lichte doelwitten Minder energie, voorkómt splinters
Speed-box Metaal/kunststof composiet Snelle inzetten, bekende deuren Snel op plaats, minimale voorbereiding
Firehose Flexibel kunststof slang Onbekende/onregelmatige maten Aanpasbaar aan elk formaat
UTK Kunststof kanaal Lineaire ladingen Gecontroleerde richting
ETM Explosief materiaal (EPL) Penetratie, diepe boringen Maximaal penetratievermogen
Scenario uit het veld
Situatie: Spoedbreaching metalen deur

Tijdens een acute gijzelingssituatie moet een metalen beveiligingsdeur worden geopend. De exacte afmetingen zijn bekend (standaard 90x210cm). Je hebt weinig tijd.

Je kiest het PU-systeem: betrouwbaar, snel te plaatsen, maximale opsluiting door water, en de stevigheid zorgt voor hoge piekdruk op de metalen deur. Had de deur een onbekende maat gehad, dan had je het Firehose-systeem overwogen.

Vraag: Waarom is het PU-systeem hier de beste keuze?
DSI-instructeur | Les 5

Tussenvragen – Les 5

1. Wat is de standaard vulsterkte van DSI slagsnoer?
Correct! Het standaard slagsnoer bij de DSI heeft een vulsterkte van 11,4 gram PETN per meter. Slagsnoer is leverbaar van 5 tot 40 g/m, maar 11,4 g/m is de DSI-standaard.
Helaas, dat klopt niet. De standaard vulsterkte bij de DSI is 11,4 gram PETN per meter. Slagsnoer bestaat in vulsterktes van 5 tot 40 g/m, maar 11,4 g/m is de DSI-standaard.
2. Voor welk soort deur kies je het Firehose-systeem?
Correct! Het Firehose-systeem (gemaakt van brandweerslang) is bij uitstek geschikt voor houten en kunststof deuren. Het is flexibel in maat en levert een push-effect.
Helaas, dat klopt niet. Het Firehose-systeem is gemaakt van brandweerslang en is specifiek geschikt voor houten en kunststof deuren. Voor metalen deuren gebruik je eerder een PU-box of Speed-box.

Volgende les: Nu je alle onderdelen kent, leer je in Les 6 hoe je ze samenvoegt in een volledige detonatieketen.

6

De detonatieketen

Van ontsteking tot effect

De detonatieketen is de volledige route van ontsteking tot effect. Elke schakel is essentieel. Als één schakel faalt, werkt het hele systeem niet.

De 6 schakels van de detonatieketen

  1. SOBBE: Je drukt de trekker in → inslag in shock-tube
  2. Shock-tube: De schokgolf raast van het SOBBE naar de ontsteker (Hexogeen-korrels detoneren)
  3. Ontsteker: De inslag zet de slagsas in ontsteking → dit is de inleiding
  4. Primaire springstof: Slagsas in de ontsteker reageert → vlammen/druk ontstaat
  5. Secundaire springstof: De schokgolf van de slagsas zet het slagsnoer in detonatie → volledig vrijkomen van energie
  6. Effect op doelwit: De energie van het slagsnoer wordt via de ladingdrager op het doelwit overgebracht (breaching, fragmentatie, gasdruk)
Kritiek principe

Elke schakel moet perfect werken. Falen van een schakel betekent: geen inleiding, geen energie, geen effect. Controleer daarom ALTIJD:

  • SOBBE: veiligheden in volgorde verwijderd?
  • Shock-tube: goed op SOBBE gezet (klik hoorbaar)?
  • Ontsteker: stevig in slagsnoer vastgemaakt?
  • Slagsnoer: goed in ladingdrager vastgezet?
  • Ladingdrager: goed op doelwit geplaatst?
Scenario uit het veld
Situatie: Complete inzetvoorbereiding

Je bent aangewezen als breacher bij een geplande inval. Je loopt de detonatieketen door: SOBBE klaarmaken → shock-tube op juiste lengte → verbinden met ontsteker → ontsteker in slagsnoer → slagsnoer in PU-ladingdrager → ladingdrager plaatsen op deur.

Je controleert elke schakel. Bij de briefing leg je aan je teamleider uit dat als één schakel faalt, de hele keten niet werkt.

Vraag: Wat is het risico als je de shock-tube niet goed op de ontsteker aansluit?
DSI-instructeur | Les 6

Tussenvragen – Les 6

1. Hoeveel schakels bevat de detonatieketen?
Correct! De detonatieketen bestaat uit 6 schakels: afvuurmiddel (SOBBE) → shock-tube → slagsas → primaire springstof → detonatiegolf → secundaire springstof/lading.
Helaas, dat klopt niet. De detonatieketen bestaat uit 6 schakels: (1) afvuurmiddel, (2) shock-tube, (3) slagsas, (4) primaire springstof, (5) detonatiegolf, (6) secundaire springstof/lading.
2. Wat gebeurt er als één schakel in de detonatieketen faalt?
Correct! Elke schakel in de detonatieketen is essentieel. Als één schakel faalt, stopt het hele proces en vindt er geen detonatie plaats. Daarom is zorgvuldige voorbereiding cruciaal.
Helaas, dat klopt niet. Er is géén redundantie in de detonatieketen. Elke schakel is essentieel — als er één faalt, stopt het hele proces. Dat maakt controle vóór inzet zo belangrijk.

Klaar voor het volgende? Nu je alle lessen hebt gevolgd, kun je jezelf testen met de kennistoets hieronder. Veel succes!

Kennistoets

Test je kennis over alle 6 lessen. Vul alle vragen in en submit je antwoorden.
1. Wat is het verschil tussen een deflagratie en detonatie?
2. Wat is het voornaamste voordeel van secundaire springstoffen?
3. Wat is brisantie?
4. Hoeveel liter gas ontstaat bij detonatie van 1 kg springstof?
5. Waarom gebruiken we GEEN elektrische ontstekers bij de DSI?
6. Wat bevat een NONEL shock-tube?
7. Wat is de detonatiesnelheid van slagsnoer (PETN)?
8. Voor welk soort deur is het PU-systeem geschikt?
9. Hoeveel schakels bevat de detonatieketen?
10. Wat gebeurt er als één schakel in de detonatieketen faalt?