Explosievendeskundige
Leer alles over explosies, explosieven en detonatie ketens bij de DSI
Bekijk de video voordat je met de lessen begint
Wat is een explosie?
Een explosie is het plotseling vrijkomen van een grote hoeveelheid energie, meestal in de vorm van gas onder zeer hoge druk dat plotseling uitzet. Dit kan op twee verschillende manieren gebeuren: fysisch en chemisch.
Fysische explosie
Een fysische explosie treedt op wanneer een drukvat of reactievat bezwijkt. Bijvoorbeeld: een druktank met persgas die barst door overbelasting. De energie komt vrij als het gas onder hoge druk ontsnaat. Dit is niet door een chemische reactie, maar puur mechanisch.
Chemische explosie
Een chemische explosie ontstaat door een snelle chemische reactie waarbij gassen vrijkomen. Bij chemische explosies onderscheiden we twee typen:
Homogeen: De reactie vindt overal in de stof tegelijk plaats. Voorbeeld: Enschede, 2000 – vuurwerkmagazijn explodeerde, waarbij alle explosieven bijna gelijktijdig reageerden.
Heterogeen: De reactie verplaatst zich als een golffront door de stof. De reactiesnelheid bepaalt of dit een deflagratie of detonatie is.
Deflagratie vs. Detonatie
Beide zijn heterogene reacties, maar met cruciale verschillen:
| Eigenschap | Deflagratie | Detonatie |
|---|---|---|
| Snelheid | 0–1.000 m/s (subsonisch) | 1.000–8.000+ m/s (supersonisch) |
| Schokgolf | Nee | Ja, zeer intens |
| Effect | Voortdrijvend, brand | Vernietigend, fragmentatie |
| Voorbeelden | Buskruit brandt, kanonne | Dynamiet, TNT, slagsnoer |
Je team krijgt informatie dat in een drugslab chemicaliën worden opgeslagen. Bij het benaderen van het pand hoor je een doffe knal en zie je rook. Je teamleider vraagt: "Was dat een explosie?"
Met de kennis uit deze les kun je beoordelen of dit een fysische explosie was (een drukvat/reactievat dat bezwijkt) of een chemische explosie (een ongecontroleerde reactie van de aanwezige chemicaliën). Dit onderscheid is cruciaal voor het inschatten van vervolggevaar.
Tussenvragen – Les 1
Volgende les: Nu je weet wat een explosie is, leer je in Les 2 welke stoffen exploderen en hoe gevoelig die zijn.
Explosieve stoffen
Niet alle explosieve stoffen zijn hetzelfde. We onderscheiden drie hoofdcategorieën op basis van hun functie en gedrag.
Drie categorieën explosieve stoffen
- Springstoffen (explosieve stoffen): Kunnen zelfstandig detoneren. Gebruikt voor breaching, sprengwerk, en in ontstekers.
- Voortstuwende stoffen: Branden snel maar exploderen niet zelfstandig. Gebruikt in munitie en raketmotoren (buskruit).
- Pyrotechnische stoffen: Produceren licht, geluid, of rook. Gebruikt in signaalmiddelen, flares, en vuurwerk.
Springstoffen: Primair vs. Secundair
Bij de DSI werken we bijna uitsluitend met secondaire springstoffen, omdat primaire springstoffen veel te gevaarlijk zijn in het veld.
Primaire springstoffen: Zeer gevoelig voor mechanische schokken, wrijving, en warmte. Zelfontsteking op kleine provokatie. Bijvoorbeeld mercuryfulmaat en tetrazenium. Deze worden ALLEEN gebruikt in ontstekers als inleidmiddel.
Secundaire springstoffen: Relatief stabiel. Alleen door een krachtige detonatiegolf ingeleid. Kunnen veilig vervoerd en gehandeld worden. Bijvoorbeeld TNT, RDX (Hexogen), PETN (slagsnoer).
Gevoeligheid van explosieve stoffen
Gevoeligheid is de mate waarin een stof reageert op prikkels:
- Gevoeligheid voor inleidmiddel: Hoe makkelijk reageert de stof op een kleine explosie (bijvoorbeeld een ontsteking in een ontsteker)?
- Gevoeligheid voor mechanische invloeden: Hoe reageert de stof op schokken, val, wrijving, temperatuurwisseling?
Je bereidt je voor op een inzet waarbij een versterkte deur moet worden geopend. De inlichtingendienst meldt dat de deur een stalen kern heeft. Je moet de juiste springstof selecteren.
Omdat je weet dat secundaire springstoffen stabiel zijn en alleen door een detonatiegolf worden ingeleid, weet je dat je veilig kunt werken met slagsnoer (pentriet) zonder risico op onbedoelde detonatie door stoten of schokken tijdens transport.
Tussenvragen – Les 2
Volgende les: Nu je weet welke stoffen exploderen, leer je in Les 3 wat de effecten van die explodering zijn.
Effecten van springstoffen
Als een springstof detoneert, ontstaan twee effecten: een lokale schokgolf (brisantie) en een uitdijing van gassen (gasdrukwerking). Deze effecten bepalen hoe je een springstof inzet bij operaties.
Detonatiesnelheid
De detonatiesnelheid is de snelheid waarmee de schokgolf door de springstof reist. Deze varieert sterk:
- PETN (slagsnoer): ~5.600–6.500 m/s
- TNT: ~6.900 m/s
- RDX: ~8.000+ m/s
De detonatiesnelheid wordt beïnvloed door:
- Soort springstof (chemische samenstelling)
- Dichtheid van de verpakking
- Mate van opsluiting (hoe zwaar wordt het ingeperst)
- Inleidmethode (hoe sterk is de inleider?)
Brisantie: Direct en allesvernietigend effect
Brisantie is het lokale vernietigensvermogen van de schokgolf. Het effect is het sterkst waar de springstof in direct contact staat met het doelwit. Als je 1 kg springstof tegen een deur legt en die detoneert, verdwijnt dat deurgedeelte. Dit effect reikt ongeveer 1/3 van de straal van de lading.
Brisantie gebruiken: Plaats de lading in direct contact met het doelwit (deur, raam, lock). Het effect is lokaal en zeer gericht. Dit is gevaarlijk voor doelwitten eromheen.
Gasdrukwerking: Voortdrijving
Als een springstof detoneert, ontstaan ook gassen die uitzetten. De vuistregel: 1 kg springstof = ongeveer 1.000 liter gas onder hoge druk. Dit gas zoekt de weg van minste weerstand en kan doelwitten opzijduwen.
Gasdrukwerking gebruiken: Plaats de lading NIET in direct contact met het doelwit, maar met een tussenmedium (water, touw, houder) dat de gasdruk verdeelt. Dit duwt de deur open zonder grove fragmentatie. Dit is veiliger voor objecten en personen eromheen.
Je team moet een houten voordeur openen waarbij direct achter de deur een gijzelaar wordt vermoed. De breacher moet kiezen: wil je de deur volledig vernietigen (brisantie, direct contact) of de deur openduwen zonder grote fragmentatie (gasdrukwerking)?
In dit geval kies je voor gasdrukwerking om letselschade aan de gijzelaar te minimaliseren. De lading wordt daarom niet direct op de deur geplaatst maar met een ladingdrager met wateropsluiting.
Tussenvragen – Les 3
Volgende les: Nu je weet wat effecten ontstaan, leer je in Les 4 hoe je die effecten start met een ontsteker.
Ontstekers
Inleiden is het plaatselijk veroorzaken van een reactie zodat de springstof zichzelf vervolgens voortdrijft. Dit gebeurt met ontstekers. Er zijn verschillende typen, maar bij de DSI gebruiken we bijna uitsluitend niet-elektrische ontstekers.
Elektrische ontstekers: Waarom NIET bij de DSI?
Een elektrische ontsteker werkt als volgt: elektrische stroom → gloeipil → slagsas (primaire springstof) → vlammen → secondaire springstof (bodemlading) detoneert.
Het probleem: zwerfstromen. In stedelijke omgevingen, nabij hoogspanningskabels en radiozenders, kunnen elektromagnetische velden en zwerfstromen in de electra ontstaan. Dit kan leiden tot ongewilde ontsteking van de gloeipil, dus:
- Ongecontroleerde detonatie
- Verlies van controle over timing
- Gevaar voor het team
Daarom: GEEN elektrische ontstekers bij de DSI.
NONEL (Non-Electric) systeem
NONEL staat voor "Non-Electric". Dit zijn plastic buisjes (shock-tubes) gevuld met zeer gevoelig materiaal (Hexogeen, ongeveer 0,02 gram per meter). De werkingsprincipe:
- Shock-tube bevat fijne Hexogeen-korrels
- Een mechanische inslag (met SOBBE) start een schokgolf in de tube
- Deze schokgolf raast door de tube naar de ontsteker
- Bij de ontsteker ontsteekt de slagsas, wat de bodemlading aanzet
Voordeel: Geen elektriciteit, dus geen risk van zwerfstromen. Nadeel: Je hebt een SOBBE nodig om de schokgolf in gang te zetten.
SOBBE Single Hand Igniter
De SOBBE is een handmatig ontstekingsmiddel. Het systeem heeft twee veiligheden:
- Schroefdop bovenop: Voorkomt onbedoelde inslag
- Veiligheidspin (cotter pin): Voorkomt dat je per ongeluk de trekker intrekt
Gebruik van SOBBE (4 stappen):
- Draai de schroefdop eraf (veiligheid 1)
- Trek de veiligheidspin eruit (veiligheid 2)
- Plaats de SOBBE op de shock-tube (klik hoorbaar)
- Trek de trekker (inslag naar beneden, schokgolf door tube)
Je team arriveert op een industrielocatie waar hoogspanningsmasten in de buurt staan. De EOD-specialist waarschuwt voor mogelijke elektromagnetische interferentie. Omdat je weet dat elektrische ontstekers gevoelig zijn voor zwerfstromen, kies je voor het SOBBE niet-elektrische ontsteeksysteem.
Je controleert de twee veiligheden (schroefdop en veiligheidspin) en bereidt de shock-tube voor.
Tussenvragen – Les 4
Volgende les: Nu je weet HOE je ontsteekt, leer je in Les 5 WAARMEE je ontsteekt (middelen bij de DSI).
Middelen bij de DSI
De DSI gebruikt standaard twee dingen: slagsnoer als energiebron en ladingdragers om die energie gericht in te zetten op een doelwit.
Slagsnoer (PETN-koord)
Slagsnoer is ons standaardmiddel voor bijna elke breaching-inzet.
- Samenstelling: Katoenen koord met kunststofmantel, gevuld met pentriet (PETN)
- Detonatiesnelheid: ~6.500 m/s
- Gebruikelijke vulsterkten: 5–40 gram per meter, DSI standaard 11,4 g/m
- Voordeel: Stabiel, makkelijk te hanteren, betrouwbaar
Veiligheidsregels slagsnoer
- Slagsnoer wordt in gesloten containers opgeslagen
- Transport naar springplaats: in veilige tassen
- Slagsnoer mag NIET geknoopt of verstrengeleld worden (risico op inleidmechanisme)
- Slagsnoer wordt altijd in zijn geheel gebruikt (geen resten voor latere inzet)
- Controleer slagsnoer op zichtbare schade voor gebruik
Ladingdragers bij de DSI
Een ladingdrager determineert hoe het slagsnoer (en dus de energie) wordt ingezet. Verschillende dragers voor verschillende situaties:
| Type | Materiaal | Toepassing | Voordeel |
|---|---|---|---|
| PU-systeem | Polyurethaan met wateropsluiting | Standaard metalen deuren (bekend formaat) | Betrouwbaar, maximale opsluiting, hoge piekdruk |
| PU-box | Polyurethaan kubus | Ronde doelwitten, locks, scharnieren | Flexibel, aanpasbaar |
| Genius | Kunststof met interne structuur | Houten deuren, lichte doelwitten | Minder energie, voorkómt splinters |
| Speed-box | Metaal/kunststof composiet | Snelle inzetten, bekende deuren | Snel op plaats, minimale voorbereiding |
| Firehose | Flexibel kunststof slang | Onbekende/onregelmatige maten | Aanpasbaar aan elk formaat |
| UTK | Kunststof kanaal | Lineaire ladingen | Gecontroleerde richting |
| ETM | Explosief materiaal (EPL) | Penetratie, diepe boringen | Maximaal penetratievermogen |
Tijdens een acute gijzelingssituatie moet een metalen beveiligingsdeur worden geopend. De exacte afmetingen zijn bekend (standaard 90x210cm). Je hebt weinig tijd.
Je kiest het PU-systeem: betrouwbaar, snel te plaatsen, maximale opsluiting door water, en de stevigheid zorgt voor hoge piekdruk op de metalen deur. Had de deur een onbekende maat gehad, dan had je het Firehose-systeem overwogen.
Tussenvragen – Les 5
Volgende les: Nu je alle onderdelen kent, leer je in Les 6 hoe je ze samenvoegt in een volledige detonatieketen.
De detonatieketen
De detonatieketen is de volledige route van ontsteking tot effect. Elke schakel is essentieel. Als één schakel faalt, werkt het hele systeem niet.
De 6 schakels van de detonatieketen
- SOBBE: Je drukt de trekker in → inslag in shock-tube
- Shock-tube: De schokgolf raast van het SOBBE naar de ontsteker (Hexogeen-korrels detoneren)
- Ontsteker: De inslag zet de slagsas in ontsteking → dit is de inleiding
- Primaire springstof: Slagsas in de ontsteker reageert → vlammen/druk ontstaat
- Secundaire springstof: De schokgolf van de slagsas zet het slagsnoer in detonatie → volledig vrijkomen van energie
- Effect op doelwit: De energie van het slagsnoer wordt via de ladingdrager op het doelwit overgebracht (breaching, fragmentatie, gasdruk)
Elke schakel moet perfect werken. Falen van een schakel betekent: geen inleiding, geen energie, geen effect. Controleer daarom ALTIJD:
- SOBBE: veiligheden in volgorde verwijderd?
- Shock-tube: goed op SOBBE gezet (klik hoorbaar)?
- Ontsteker: stevig in slagsnoer vastgemaakt?
- Slagsnoer: goed in ladingdrager vastgezet?
- Ladingdrager: goed op doelwit geplaatst?
Je bent aangewezen als breacher bij een geplande inval. Je loopt de detonatieketen door: SOBBE klaarmaken → shock-tube op juiste lengte → verbinden met ontsteker → ontsteker in slagsnoer → slagsnoer in PU-ladingdrager → ladingdrager plaatsen op deur.
Je controleert elke schakel. Bij de briefing leg je aan je teamleider uit dat als één schakel faalt, de hele keten niet werkt.
Tussenvragen – Les 6
Klaar voor het volgende? Nu je alle lessen hebt gevolgd, kun je jezelf testen met de kennistoets hieronder. Veel succes!